Theelichtjes zonder aluminium: waarom ik bewust voor een andere oplossing kies
Share
Ik houd van kaarslicht. Van die kleine, warme vlammetjes die een donkere avond meteen een beetje gezelliger maken. Vooral theelichtjes vind ik heerlijk. Een paar op tafel, eentje op de vensterbank en misschien nog een paar in een mooi schaaltje.
Maar op een gegeven moment begon ik me af te vragen hoeveel afval al die kleine lichtjes eigenlijk achterlaten.
Want als een gewoon theelichtje is opgebrand, blijft er meestal een aluminium houdertje achter. En onderaan de lont zit ook nog een klein metalen voetje. Twee onderdelen die maar één keer gebruikt worden en daarna voor de meeste mensen bij het standaard afval belanden.
Hoeveel aluminium cupjes gebruiken we eigenlijk?
Heb je weleens geteld hoeveel theelichtjes je in een jaar opbrandt? Nadat ik het zoveelste lege houdertje moest weggooien, ging ik dat sommetje eens voor mezelf maken.
Stel dat je in de donkere maanden, van oktober tot en met maart, iedere avond twee theelichtjes brandt. Dan gebruik je in 6 maanden al rond de 364 theelichtjes. En bij gewone theelichtjes blijven er dus ook 364 aluminium cupjes en evenveel metalen lontvoetjes achter.
Natuurlijk gebruikt niet iedereen evenveel kaarsjes. Maar ik schrok er zelf van hoe snel zulke kleine hoeveelheden kunnen oplopen. Vooral omdat we die lege houdertjes meestal zonder erbij na te denken weggooien.
Maar aluminium kun je toch recyclen?
Dat klopt. Aluminium is een waardevol materiaal dat heel goed gerecycled kan worden. Het recyclen kost bovendien veel minder energie dan het maken van nieuw aluminium.
Maar dat betekent niet dat ieder aluminium theelichthoudertje ook daadwerkelijk wordt gerecycled.
In Nederland hangt de afvalverwerking af van de gemeente waarin je woont. Soms worden aluminium verpakkingen apart ingezameld via het PMD-afval (Plastic, Metaal, Drinkpakken). In andere gemeenten mogen ze bij het restafval, waarna metalen zoveel mogelijk worden teruggewonnen.
Volgens Milieu Centraal wordt bij afvalverbrandingsinstallaties ongeveer 85% van het aluminium uit het restafval teruggewonnen. Maar dat cijfer geldt voor aluminium in het algemeen, niet specifiek voor de kleine cupjes van theelichtjes.
En hoewel recycling natuurlijk belangrijk is, bleef ik met een andere vraag zitten: waarom zouden we voor ieder theelichtje opnieuw een aluminium houdertje gebruiken, als het ook zonder kan?
Voor mij voelde het logischer om niet alleen na te denken over wat er met het afval gebeurt, maar vooral over hoe ik dat afval zoveel mogelijk kan voorkomen.
En dan is er ook nog dat kleine metalen lontvoetje
Toen ik me verder ging verdiepen in het maken van kaarsen, ontdekte ik dat niet alleen de aluminium cupjes, maar ook de lontvoetjes meestal van metaal zijn.
Dat kleine ronde schijfje onderaan de lont valt nauwelijks op. Maar na het opbranden blijft het achter. En juist dat zette me aan het denken. Want als ik een kaars wil maken met zo min mogelijk onnodige materialen, waarom zou ik dan voor dat ene kleine onderdeel toch metaal gebruiken?
Ik ben daarom gaan experimenteren met natuurlijke klei. Inmiddels maak ik voor iedere lont zelf een klein voetje, van zo zuiver mogelijke natuurklei, zonder bewust toegevoegde kunststoffen.
Klei is een bijzonder materiaal. Het bestaat van nature voornamelijk uit fijne kleimineralen en kan daarnaast bijvoorbeeld kwarts bevatten, een mineraal dat ook in zand voorkomt. Anders dan kunststof hoeft klei niet eerst biologisch afgebroken te worden: de mineralen waaruit het bestaat, komen van nature al in de bodem voor.
Ik vind het een fijne gedachte dat ik voor dit kleine onderdeel een natuurlijk mineraal materiaal kan gebruiken, in plaats van metaal. En hoewel het maken van ieder voetje behoorlijk wat extra tijd kost, doe ik dat met liefde.
Want voor mij zit het bijzondere van een kaars niet alleen in wat je ziet, maar juist ook in die kleine details waar je misschien nooit bij stilstaat.
Mijn alternatief: losse theelichtjes van biologische koolzaadwas
Mijn theelichtjes maak ik met de hand van biologische koolzaadwas. Ze hebben een katoenen lont met een zelfgemaakt voetje van natuurlijke klei.
Er zit geen aluminium cupje omheen en ook geen metalen lontvoetje in.
Je plaatst de losse theelichtjes in een geschikte, hittebestendige theelichthouder. Zo kun je dezelfde houder steeds opnieuw gebruiken.
Ook mijn kleine kaarsenglaasjes zijn hiervoor geschikt. Wanneer de kaars van 75 gram is opgebrand en het glas goed is schoongemaakt, kun je er mijn losse theelichtjes in branden.
Dat vind ik zelf een fijne gedachte: niet steeds iets nieuws nodig hebben, maar gebruiken wat je al hebt.
Kleine keuzes maken samen een verschil
Ik wil niet beweren dat mijn kaarsen helemaal geen invloed hebben op het milieu. Ook voor het maken van koolzaadwas, klei en glas zijn grondstoffen en energie nodig.
Maar ik geloof wel dat het zinvol is om bewust te kijken naar de materialen die we gebruiken.
Kan iets zonder een wegwerponderdeel? Kunnen we een houder opnieuw gebruiken? En kunnen we bij het maken van een product aandacht besteden aan de details die normaal gesproken onzichtbaar blijven?
Voor mij begint bewust maken juist bij zulke vragen.
En zo ontstonden mijn theelichtjes zonder aluminium: kleine lichtjes, met de hand gemaakt en met aandacht voor wat er na het opbranden overblijft.
Benieuwd naar mijn theelichtjes? Bekijk dan mijn collectie theelichtjes zonder aluminium.